
|
Nieuws - Interview |
|
Interview Harrie Hansen
stelt 6 vragen aan hoofdtrainer John van Dijk. Wat is uw ervaring als hoofdtrainer om
met keepers en een keeperstrainer te werken in het algemeen? Zowel
in het hogere amateurvoetbal als bij de BVO’s heb ik samengewerkt met
de doelmannen en de trainer van de doelmannen. Daar werkte ik op een
bepaalde manier met hun samen. Bij de pass- en trapoefeningen trainden
de doelmannen altijd mee. Hoe belangrijk
is het functioneren van een keeper in het team, en waarom? In
opbouwend/ aanvallende zin is de doelman de eerste persoon, die
balcontact heeft en de opbouw verzorgt. Dit kan gebeuren door een verre
uittrap of uitgooi, maar het kan ook door een zuivere inspeelpass,
uitgooi naar een vrijstaande medespeler. Hoe vindt uw de ontwikkeling gaan bij
de keepers van v.v. Doetinchem en waarom? In
verband met de indelingen van trainingen en wedstrijden van diverse
elftallen kan ik niet altijd alles volgen. Ik kan dus alleen oordelen
naar aanleiding van wat ik zie op de trainingen van mijn eigen
selectiegroep en van wat ik zie in de wedstrijden. Per jaar heb ik 3
evaluatiegesprekken met de doelmannen van mijn selectie. Hierbij behoort
ook de trainer van de doelmannen aanwezig te zijn. Op dit moment heeft
de selectie 2 verschillende doelmannen. Frank onze eerste keeper en Erik
onze tweede keeper. Wat vindt uw van de keeperssite in het
algemeen, kan dit leerzaam zijn voor de leiders en trainers? Doelman
zijn is een bijzondere, maar zeer belangrijke positie in het veld. In
het algemeen zijn er minder doelmannen dan verdedigers, middenvelders en
aanvallers. Wanneer ben je een goede doelman? Wat
bij de één een goede doelman is is dat bij de ander niet. Wat vind ik
een goede doelman. Algemeen
Specifiek
Wil je verder nog iets kwijt over
keepers wat nog gezegd moet worden? Ik
vind de doelman, zoals die traint met betrekking tot inzet, doorzettings
- en incasseringsvermogen vaak een voorbeeld voor de selectiegroep.
Meestal worden ze ergens achter op het trainingsveld gezet en worden ze
daar door hun trainer flink aangepakt. Starten dikwijls eerder dan de
selectiegroep met de training en missen zo het groepsgevoel en eventuele
nabesprekingen en de humor in de kleedkamer. ------------------------- v.v.
Doetinchem stelt vier vragen aan keeperstrainer Harrie Hansen ---------------------------------------------------------------------------------------- Hoe
wordt in het algemeen keeperstraining gegeven bij veel clubs? Veel
keeperstrainers trainen nog steeds hun keepers op de manier waarop ze
zelf in hun actieve periode getraind zijn. Dat is natuurlijk niet goed,
want de tijd heeft ook in het voetbal niet stil gestaan en zeker niet
bij de keepers. Ik zie in mijn naaste omgeving nog te vaak dit gebeuren
en dat is jammer. Als keeperstrainer zal je op den duur moeten
specialiseren en dat gebeurd veel te weinig. Daarom komt er ook veel te
weinig jeugd Hoe
belangrijk is wilskracht en doorzettingsvermogen voor een keeper? Om
een bepaald doel te bereiken is er steeds wilskracht en
doorzettingsvermogen nodig. Dit zal altijd gepaard gaan met succes en
mislukkingen, met vallen en opstaan. Tijdens iedere training en
opwarming voor een wedstrijd moet de keeper blijk geven van een
onuitputtelijke inzet om het beoogde doel te bereiken. Als de wil er is
om vooruitgang te boeken, wordt het doel als het (realistisch) gesteld
is, meestal bereikt. Wilskracht
is vaak moeilijk aan te leren. Sommige keepers worden geboren met een
onuitputtelijk doorzettingsvermogen, anderen zijn veel lakser van aard.
De taak van de trainer bestaat er in de laatste groep zodanig te
motiveren dat ze hun opdracht toch met een zo groot mogelijke inzet
uitvoeren. Iedere keeper moet over een winnaarmentaliteit beschikken. Er
moet van hem een grote vastberadenheid uitgaan om alles te doen om het
gestelde doel te bereiken. Met talent alleen bereikt men niet het
maximaal rendement. Wilskracht en volledige inzet is ook belangrijk om
die prestaties te leveren die we allemaal graag zien. Hoe
is het gesteld met onze eigen jeugdkeepers van Doetinchem? Als
je ziet dat ik op dit moment drie jeugdkeepers traint, dan kan ik na
drie jaar zeggen dat deze jongens grote talenten zijn voor v.v.
Doetinchem. Niels
Hartman: Na een
lastige periode, kan ik nu met trots zeggen hij pakt het op, en gelukkig
voelt hij dat zelf ook dat zijn ontwikkeling met sprongen vooruit zijn
gegaan, dus gaat zo door. Mervin
Steenbergen:
Groot talent voor de toekomst en kan een groot concurrent van Frank
worden als hij zo door blijft gaan, is sterk in de lucht en durf een
duel aan te gaan, maar moet nog wel meer een trainingsbeest worden. Maik
Hunting traint de keepers van de E en F ook dat gaat uitstekend. Die
drie Keepers die Maik traint vinden het prachtig om elke week weer te
trainen, waar ze ook veel van leren (prima Maik). In deze groep zit ook
een groot talent met de naam Jeffrey Dekker,
prima inzet en je kunt prettig met hem werken, maar moet wel op
zijn gewicht letten, dan kan hij een goede keeper worden voor de
toekomst, gaat zo door. Hoe
moet een keeper zich tijdens de wedstrijd manifesteren? Hij
moet van achteruit gedrevenheid uitstralen, zonder dat hij van achteruit
alles gaat beroepen. Daardoor zou het namelijk lijken alsof hij zijn
eigen onrust aan het wegpraten is. De keeper moet in het veld in staat
zijn om zijn spelers te kunnen aansturen. Hij moet dus leiding kunnen
geven, de situaties snel en voortijdig kunnen herkennen en in een
voorstadium al weten wat er gaat gebeuren. Hij moet kritisch zijn op
zijn eigen gedrag, en hij moet het prettig vinden om in de wedstrijd
veel ballen te pakken, daardoor kan hij ook de punten voor zijn ploeg
pakken. Keepers veel succes voor de tweede helft van de competiti Interview Interview met Frank Arévalo de Weever
Hoe
ben je in het doel terechtgekomen? Ik ging op het voetbal en begon in de D2 volgens mij, maar met de gedachte dat ik voetballer wilde worden en geen keeper. Maar ja ze hadden geen keeper en op een dag tijdens de training gingen we afwerken, toen dacht ik dan ga ik voor een keer tussen de palen staan, maar toen zei iedereen dat ik het goed gedaan had, en ik vond het leuk, dus ben ik ermee doorgegaan. Wat
vindt je leuk aan het keepen? Het leuke dat ik aan keepen vind is de ballen tegenhouden, als je in de wedstrijd een paar goede reddingen verricht, dan voelt dat als geweldig. En je hoort dan iedereen erover praten en als je medespelers dan trots op je zijn doet dat wel erg goed. Heb
jij veel problemen met jou lichaamslengte als Keeper in jou prestaties? Wat
moet een keeper nog meer doen als een bal tegenhouden in de wedstrijd? Een
keeper moet altijd geconcentreerd zijn de gehele wedstrijd lang. De
keeper moet kunnen meevoetballen en een goede trap hebben. Je moet ook
goed kunnen coachen zowel achterhoede als middenvelders, ook onder druk
Keepers moeten een goede reflex hebben en mogen beslist niet bang zijn
in een duel. Als laatste moet een Keeper ook zijn fouten kunnen
toegeven, en moet hij zeer leergierig zijn. Als ik een fout maakt ben ik zeer teleurgesteld en boos op mezelf, maar als een medespeler een fout maakt dan ben ik ook boos en dan zeg ik er ook wat van. Over die fout of fouten, die ik maak in de wedstrijd bespreken wij altijd voor de training met de keeperstrainer. Wat
zijn je persoonlijke ambities met het oog op de toekomst bij de club? Mijn ambitie is om er plezier in te blijven houden, en nog jarenlang in het eerste elftal te mogen en kunnen keepen en nog een paar keer kampioen worden. Mijn prestaties wil ik graag nog stabieler maken zodat ik nog meer punten kan pakken. Ben je zelf tevreden over jou prestaties van dit seizoen, en heb je het gevoel dat je punten hebt gepakt voor je ploeg? Voor de winterstop was ik niet zo tevreden over mijn prestaties, ik keepte niet slecht maar kon niet beslissend zijn in de wedstrijd. In de winterstop hebben we dit besproken met de keeperstrainer hoe we dit moesten gaan aanpakken, en toen ging het na de winterstop ook veel beter, waarvan ik zeker een aantal wedstrijden punten heb gepakt. Wie
vind jij de beste keeper van Nederland en wie in het buitenland? Beste keeper van Nederland vind ik natuurlijk Maarten Stekelenburg, omdat hij goed in hogen ballen is, en stabieler is gaan keepen. Beste keeper in het Buitenland is van der Sar, Casillas en Valdez. Hoe
belangrijk zijn de keeperstraining voor jou, en de samenwerking met de
keeperstrainer? Zijn heel belangrijk, want keeperstraining is puur op techniek trainen en je moet er hard voor willen werken om er beter van te worden. Wij analyseren de wedstrijd van de afgelopen zondag altijd voor de training en nemen de goede en slechte dingen door, daar leer je alleen maar van. Als je goed kunt samenwerken met je keeperstrainer dan luister je ook graag naar hem en wil je die dingen van hem leren. Welke tips heb je voor de trainers en leiders die met keepers omgaan bij de club? Je moet vertrouwen hebben in je keeper en geef ook aan dat de keeper best een fout mag maken. Loop als trainer of leider naar de keeper toe voor de wedstrijd en praat even met hem. Kijk ook naar onze keeperssite voor tips. Algemene
reactie die nog gezegd moet worden? Na de wedstrijd een lekker biertje drinken met mijn ploeggenoten na alle inspanningen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Interview Interview met Edwin van der Sar.
Hoe ben je in het doel terechtgekomen? Ik
ben begonnen als voetballer. Mijn oom was voetballer bij Volendam. Toen
ik een jaar of acht was, was onze keeper er niet en toen zei mijn Leider
“Jij bent de langste, probeer jij het maar eens". Waarschijnlijk
ging dat best wel aardig en had ik er ook lol in. Was het niet zo goed
gegaan, dan hadden ze me waarschijnlijk wel uit het doel gehaald, ook al
op die leeftijd. Vanaf die tijd ben ik keeper gebleven. Ik heb ook nog
steeds mijn shirtjes uit mijn begintijd als keeper. Het eerste was nog
een voetbalshirtje, het tweede shirt was pas een echte keeperstrui. Wat
zijn in jouw ogen de grote verschillen tussen het keepen in Nederland en
in het buitenland? Ik
heb feitelijk mijn hele opleiding bij de amateurs meegemaakt. Ik heb elf
jaar bij Foreholte gespeeld en vervolgens een jaar bij Noordwijk. Daarna
twee jaar bij Ajax in de opleiding en vervolgens naar het eerste. Vanaf
mijn 18e is die opleiding dus eigenlijk pas professioneel aangepakt.
Voor mij was het ideaal dat ik mijn opleiding in Nederland kon volgen;
Je spreekt de taal, je word goed begeleid, de dingen om het voetbal heen
zijn bekend en je kent de hele club. Je hebt met andere woorden een
soort thuisgevoel. In het buitenland kom je natuurlijk meer op eigen
benen te staan. Je zit daar wel in een groep maar je moet er meer moeite
voor doen om je te laten gelden . Met
name in Nederland wordt waarde gehecht aan het meevoetballen van een
keeper. Hoe kijk jij daar tegenaan, als keeper die dit aspect bij
uitstek beheerst? In
principe heb ik het altijd wel een beetje onzinnig gevonden, hoe daar in
Nederland tegenaan wordt gekeken. Ik werd daarbij door veel mensen als
maatstaf genomen “Hoe van
der Sar dat doet, moet iedereen het kunnen ". Niet om mezelf daarin
te complimenteren, maar het was overdreven om dat andere keepers ook op
te leggen. Hierbij is het juist belangrijk hoe de speelwijze van je
elftal is en hoe je medespelers je daarin helpen. Het ligt er nogal aan
of je spelers na een terugspeelbalhard weglopen, zoals dat toen bij
Feyenoord het geval was, of dat na een terugspeelbal drie of vier
spelers zich aanbieden, zoals in die tijd bij Ajax. Kun je de bal niet
kwijt, dan zul je hem toch een lel naar voren moeten geven. Het heeft
ook te maken met het spelsysteem in Nederland. In Nederland proberen we
toch zo lang mogelijk de bal in de ploeg te houden. Zo heeft elk land
zijn eigen ideeën daarover. Juventus wist natuurlijk wel wat voor
keeper ze in huis haalden en wat mijn kwaliteiten waren. Het was daar
niet zo dat er specifiek op het meevoetballen werd getraind zoals bij
Ajax, maar ze probeerden wel op te bouwen. Van de andere kant werden
acties met risico daar niet gewaardeerd. In Nederland kon je nog wel
eens een mannetje uitkappen in de 16-meter, dat hoef je in Italië niet
te doen. Bij Fulham proberen we ook zoveel mogelijk op balbezit te
spelen en we trainen daar ook op. In de trainingen hebben de keepers
bijvoorbeeld twee keer raken, dan ben je zelf ook genoodzaakt om
geconcentreerd te zijn en de bal in het spel te houden. Waarom
moet in jouw ogen een keeper worden beoordeeld? Het
meevoetballen is de laatste jaren sinds de invoering van de nieuwe regel
belangrijker geworden, maar ik vind nog steeds dat het
allerbelangrijkste voor een keeper het tegenhouden van ballen is. Daar
gaat het om. Ik heb het voor mezelf altijd als een extra iets gevonden,
dat ik het aspect van het meevoetballen goed beheerste, maar zeker niet
als een alternatief voor het tegenhouden van ballen. Het is ook vreemd
dat een linksbuiten bijvoorbeeld een bal met buitenkant links aanneemt
om zijn rechterbeen te ontzien, terwijl van een keeper verwacht wordt
dat hij met zijn zwakke been wel een bal over grote afstand moet kunnen
spelen. Natuurlijk heb ik er bij Ajax veel op getraind en zelf honderden
keren een bal met links tegen een muur getrapt, totdat ik deze
vaardigheid beheerste . Heb
jij grote verschillen ondervonden in de keeperstraining in de landen
waar je gespeeld hebt? Elk
land heeft natuurlijk verschillen in de trainingsaanpak. Ik had in Italië
een keeperstrainer die alleen in Italië gespeeld en getraind had. Hij
trainde waarschijnlijk grotendeels zoals hij zelf getraind is. De nadruk
lag daar met name op de krachttraining. Die werd dan ook in de
keeperstraining ingebouwd. Zo moesten we regelmatig touwtje springen en
over hordes springen om zo onze explosiviteit te vergroten. We trainden
daar ook veel apart van de groep. Ideaal is voor mij om te starten met
een programma van vijf kwartier en daarin specifiek te werken en dan
vervolgens met de groep aan de slag te gaan. Wanneer je in Italië bij
de groep kwam, was dat meestal voor een groot partijspel. In Nederland
wordt wat dat betreft specifieker getraind. Wanneer je bijvoorbeeld met
Ajax tegen een ploeg moest spelen met buitenspelers, dan kreeg je veel
voorzetten te verwerken zodat je wist wat je te wachten stond. In
Engeland krijg je natuurlijk veel voorzetten van de zijkant te verwerken
als keeper. Logisch dat daar dan ook veel op getraind wordt. Ik
persoonlijk vind dat ook prettig. Uiteraard doe je ook in Engeland je
dagelijkse routines tijdens de trainingen. Door de week trainen we bij
Fulham wel eens met drie keepers, maar de dagen voor de wedstrijd is dat
met twee keepers . Voor
keepers is het onderscheppen van voorzetten een van de moeilijkste
aspecten van het keepen. Waar let jij op bij een voorzet? Je
moet natuurlijk eerst weten of de speler alle tijd heeft om een voorzet
te geven, of dat er een snelle bal komt. Het belangrijkste hierbij is
dat je klaar bent op het moment dat de voorzet komt en dat je dan pas de
balbaan gaat beoordelen. Niet dat je gaat gokken, dat de bal
bijvoorbeeld bij de tweede paal gaat komen en dat je dan alvast een pas
in de richting zet. Zoals ik al zei, trainen we veel op het
onderscheppen van voorzetten, in de wedstrijden pluk ik daar de vruchten
van. Jij
hebt in je carrière al veel topwedstrijden gespeeld. Hoe ga je met die
druk om? Ik
denk dat je daar vanzelf inrolt. Als jong mannetje speel je je eerste
wedstrijd en krijg je ook met druk te maken. Op moment dat je daar een
beetje aan bent gewend, komt er weer wat anders. Stapje voor stapje ga
je daarmee omhoog. Het is ook belangrijk dat je van tevoren al probeert
te bedenken wat je te wachten staat: welke spelers doen mee bij de
tegenpartij, op welke manier speelt de tegenstander, wat zijn de
specifieke kenmerken van de spitsen, etc. Je moet het wat dat betreft
toch vooral zelf doen. Ook in Italië bij Juventus hadden we geen
specifieke mentale begeleiding, maar een normale trainersstaf met een
hoofdtrainer, assistent-trainers, looptrainers en een keeperstrainer . Hoe
komt het volgens jou dat een keeper pas op latere leeftijd zijn
topniveau haalt? Ik
ben het daar niet mee eens. Ik denk dat er ook wel keepers zijn die op
jonge leeftijd goed presteren. Het is juist belangrijk dat een trainer
de keepers de mogelijkheid geeft om te spelen. Vaak kiezen trainers voor
oudere keepers. Ik ken bijvoorbeeld in Nederland weinig goede keepers
tussen de 20 en de 30, dat kan toch een probleem worden in de toekomst. Heb
jij nog tips voor jeugdige keepers? Je
moet als jeugdkeeper proberen zo veel mogelijk op te steken van je
trainer. Daarnaast moet je ook veel wedstrijden op tv bekijken en
daarbij kritisch naar de keepers kijken. Probeer daar met je eigen
wijsheid je voordeel uit te halen. Ook de wedstrijden van het eerste
elftal van je club zou je kunnen bezoeken om daarin de keeper te volgen.
Probeer dingen niet klakkeloos over te nemen omdat een andere keeper dat
zo doet, maar ga daarin je eigen weg. - Einde interview - v.v.
Doetinchem stelt 5 vragen aan keeperstrainer Harrie Hansen. Vraag1:
Welke positie heeft de keeper in de groep? De
rol en de positie die de keeper in een elftal bekleedt, heeft zijn
weerslag op zijn rol in de groep. De keeper weet als geen ander dat hij
zonder de hulp van zijn ploeggenoten nooit een wedstrijd kan winnen.
Zijn rol binnen het veld, als slot op de deur brengt een groot
verantwoordelijkheidgevoel met zich mee. Een keeper kan namelijk wel is een
wedstrijd voor zijn ploeg verliezen. Veldspelers zijn hierin vaak veel
losser. Hun fouten zijn zelden beslissend voor het wedstrijdresultaat.
Juist door dit verschil in instelling voelen keepers zich vaak niet
begrepen in een groep. Vraag
2: Welke eigenschappen
moet een keeperstrainer hebben? Hij
moet vooral hebben, geduld zonder einde. Trainen is een proces dat jaren
duurt en niet één of twee weken. Na twee of drie jaar kun je een keeper
pas echt goed beoordelen. Met een keeper van 16 jaar kun je nog veel
bereiken. Wanneer een keeper een paar jaar ouder is, wordt dat al
moeilijker. Naast het hebben van geduld zul je als keeper en als
keeperstrainer hard moeten werken, het liefst 2 á 3 maal in de week. Een
keeperstrainer moet natuurlijk zelf weten waarom hij iets doet en moet
dat vervolgens kunnen verklaren. Ook hij moet zichzelf verder
ontwikkelen, andere dingen zien en daarvan leren. Hij moet ook houden van
zijn werk. Mijn leven is voetbal, aanvankelijk als speler en nu als
trainer. Keeper en keeperstrainer zijn veel samen. Dan ontstaat er
vanzelf
een persoonlijke band. Een keeperstrainer moet een vertrouwenspersoon
zijn, hij weet wanneer de keeper goed in zijn vel zit en wanneer niet.
Als de verhouding goed is, dan kun je daar makkelijk op inspelen. Vraag
3: Heeft de keeper een
specifieke taak binnen het team? De
keeper heeft een specifieke taak en mogelijkheden binnen het team. De
primaire taak van de keeper is nog steeds het voorkomen van
tegendoelpunten. De belangrijkste taak is dus het beschermen van het
doelvlak. Dit betekend echter niet dat ik een voorstander ben van het
fenomeen lijnkeeper, integendeel. Ik houd van “aanvallend'' in
gestelde keepers. Die proberen zo vroeg mogelijk in balbezit te komen.
Ik eis dit ook van mijn eigen keepers. De verdediging op de lijn moet
het laatste redmiddel zijn. De startpositie bij schoten van binnen of
buiten de 16 meter ligt bij voorkeur enkele meters vóór de lijn, om zo
vroeg mogelijk in balbezit te komen. Deze startpositie is per keeper
verschillend en mede afhankelijk van zaken als: lichaamlengte en
reactievermogen. Vraag
4: Hoe zie jij de rol van
de keeperstrainer in relatie tot de hoofdcoach en de keepers? Juist
omdat de keeper een zo afwijkende rol binnen het groepsgebeuren heeft,
vind ik dat je als keeperstrainer vooraf afspraken met de hoofdtrainer
moet maken over vertrouwelijke informatie die niet bij de hoofdtrainer
terecht mag komen, tenzij dit het functioneren van het elftal benadeeld
wordt. Bij een vertrouwensrelatie moet men elkaar daadwerkelijk voor
100% kunnen vertrouwen. Wanneer je dan toch zaken die voor de Keeper
belangrijk zijn, bij een ander neerlegt, dan is hij het vertrouwen kwijt
en gaat dit ten koste van het presteren. Hier moeten de keeperstrainer
en de hoofdtrainer afspraken over maken. “Totale openheid” is een
leuke kreet, maar is hierbij onmogelijk. De vertrouwensrelatie ligt ten
grondslag aan het presteren. De vertrouwensrelatie die je als
keeperstrainer met je keepers hebt, moeten erkent worden door de
hoofdtrainer. Vraag
5: Hoe verklaar je dat de
meeste jeugdspelers niet staan te springen om keeper te worden? In
de eerste plaats zie je dat wanneer een keeper een fout maakt, hem dat
zwaar wordt aangerekend. Bovendien willen kinderen "scoren" en
daardoor identificeren ze zich vaak met een spits. Vaak worden tijdens
trainingen de rollen verdeeld en aan het slot hebben we dan ook nog een
keeper nodig. Door het op die manier te benoemen, maakt je het minder
belangrijk, waardoor kinderen gaan denken dat die rol van keeper
inderdaad minder belangrijk is. De keepersrol moet belangrijker worden
gemaakt. De sluitpost van het elftal is juist de belangrijkste plek! Het
is belangrijk om al bij jeugd aan te geven dat je in een team speelt en
niet voor jezelf. Iedereen moet van de keeper weten dat hij een
belangrijke rol heeft en dat hij bij een fout niet afgeschoten mag
worden, omdat hij ondanks die fout erg belangrijk is voor het team. In
de trainingen kun je dat door de spelvormen activeren. Nu zie je vaak
bij fouten van een jeugdkeeper dat er van de kant geschreeuwd wordt, dat
het elftal begint te schreeuwen en dat hij steeds onzekerder wordt. De
rol van keeper wordt daardoor steeds minder interessant. Je moet een
keeper vanaf het begin sterk maken in de groep: "Zonder die Keeper
kunnen we geen enkele wedstrijd winnen”. Het volgende interview is met Edwin van de Sar.
|