JavaScript Menu, DHTML Menu Powered By Milonic

Nieuws - Interview

 

Interview

Harrie Hansen stelt 6 vragen aan hoofdtrainer John van Dijk.

-----------------------------------------------------------------------------------

Wat is uw ervaring als hoofdtrainer om met keepers en een keeperstrainer te werken in het algemeen?

Zowel in het hogere amateurvoetbal als bij de BVO’s heb ik samengewerkt met de doelmannen en de trainer van de doelmannen. Daar werkte ik op een bepaalde manier met hun samen. Bij de pass- en trapoefeningen trainden de doelmannen altijd mee. Zelfs bij diverse vormen van een positiespel deden ze mee en dat was niet altijd bij de balbezittende partij. Tegenwoordig worden de doelmannen door de tegenstanders al snel in hun eigen doelgebied opgejaagd. Het makkelijkste is dan de bal weglellen zonder te kijken hoe de posities van zijn medespelers in het veld zijn. Ik zie liever, dat waar het mogelijk is ze onder weerstand een goede oplossing vinden en een voortzetting van het spel hebben, waarbij de bal in de ploeg blijft. Daarna kan de trainer van de doelmannen zijn stempel op de training drukken en lekker specifiek met ze aan de gang gaan, waarbij ze zich verder kunnen ontwikkelen naast de algemene dingen ook op de details. Kortom samenwerken betekent elkaar tegemoetkomen in de oefenstof. Trainer van de doelman naar de hoofdtrainer en andersom.

Hoe belangrijk is het functioneren van een keeper in het team, en waarom?

In opbouwend/ aanvallende zin is de doelman de eerste persoon, die balcontact heeft en de opbouw verzorgt. Dit kan gebeuren door een verre uittrap of uitgooi, maar het kan ook door een zuivere inspeelpass, uitgooi naar een vrijstaande medespeler. Verdedigend is het meestal de laatste persoon, die moet voorkomen dat de tegenpartij kan scoren. Ik geef ze daarom vertrouwen en geloof in eigen kunnen mee. Kortom ze zijn voor mij heel belangrijk.

Hoe vindt uw de ontwikkeling gaan bij de keepers van v.v. Doetinchem en waarom?

In verband met de indelingen van trainingen en wedstrijden van diverse elftallen kan ik niet altijd alles volgen. Ik kan dus alleen oordelen naar aanleiding van wat ik zie op de trainingen van mijn eigen selectiegroep en van wat ik zie in de wedstrijden. Per jaar heb ik 3 evaluatiegesprekken met de doelmannen van mijn selectie. Hierbij behoort ook de trainer van de doelmannen aanwezig te zijn. Op dit moment heeft de selectie 2 verschillende doelmannen. Frank onze eerste keeper en Erik onze tweede keeper. Frank is als doelman niet echt lang, maar compenseert dit door een enorme sprongkracht en reactie vermogen en is minder blessure gevoelig en heeft diverse keren de punten voor ons binnen gesleept. Erik is sterk in de 1op1 situatie en kan goed meevoetballen, maar heeft ook op de momenten, dat hij tijdens de competitie in het eerste op doel stond nog niet verloren en ook de punten binnengehaald. Het is jammer voor hem, dat hij blessure gevoelig is en daardoor de echte strijd nog niet aankan gaan met Frank. Maar hoe raar kan het soms gaan. Op dit moment zijn de rollen omgedraaid en is Frank geblesseerd en Erik niet. Maik is derde doelman en eerste jaars senior en doet zijn ervaring op in het derde en doet dit naar behoren. Echter is hij ook nog wel eens geblesseerd en staat dit zijn ontwikkeling toch in de weg. Bij de A en B Jeugd lopen talentvolle doelmannen van 15 jaar, die nu al (met goedkeuring van de ouders en hun eigen trainer) af en toe meetrainen met de selectie en op termijn grote concurrenten kunnen worden van de huidige doelmannen van de selectie. Over de doelmannen van de C,D,E en F kan ik minder over vertellen al heb ik ze wel een paar keer in actie gezien op de trainingen en de wedstrijden. Kortom ik zie voor de doelmannen voor nu en in de toekomst een positieve ontwikkeling en zal het nauwlettend blijven volgen.

Wat vindt uw van de keeperssite in het algemeen, kan dit leerzaam zijn voor de leiders en trainers?

Doelman zijn is een bijzondere, maar zeer belangrijke positie in het veld. In het algemeen zijn er minder doelmannen dan verdedigers, middenvelders en aanvallers. Doelman zijn kan en durft ook niet iedereen. In de media staat er ook altijd veel minder over ze vermeld of leest men het helemaal niet, omdat het minder interessant is. Als er dan een site is voor de doelmannen zal dit ook een bepaalde aantrekkingskracht en charme moeten hebben. De ogen van de lezer zal naar de site moeten worden gedirigeerd en heel belangrijk zijn aandacht hiervoor zal behouden moeten blijven. Er moeten foto’s en of filmmateriaal te zien zijn van wedstrijden en trainingen van de doelmannen, waarover men schrijft. De informatie moet leerzaam en onderhoudend zijn over de in en outs hoe een doelman zich in algemene en specifieke zin voelt voor tijdens en na de trainingen en wedstrijden. Kortom voor iedereen moet de site leuk en leerzaam zijn, zodat men eventueel anders over de doelman gaat denken en zelfs doelman wil worden.

Wanneer ben je een goede doelman?

Wat bij de één een goede doelman is is dat bij de ander niet. Wat vind ik een goede doelman.

Algemeen

  1. Uitstraling hebben.

  2. Rust en Kunnen tonen

  3. De juiste coaching

  4. Persoonlijkheid

  5. Open staan voor ontwikkeling

Specifiek

  1. Ballen tegenhouden in diverse facetten

  2. Redelijk kunnen meevoetballen

  3. De spelers door bij naam te noemen op het juiste moment op de juiste plaats neerzetten.

Wil je verder nog iets kwijt over keepers wat nog gezegd moet worden?

Ik vind de doelman, zoals die traint met betrekking tot inzet, doorzettings - en incasseringsvermogen vaak een voorbeeld voor de selectiegroep. Meestal worden ze ergens achter op het trainingsveld gezet en worden ze daar door hun trainer flink aangepakt. Starten dikwijls eerder dan de selectiegroep met de training en missen zo het groepsgevoel en eventuele nabesprekingen en de humor in de kleedkamer. Aan het einde van de training kunnen ze door de selectiegroep nog een keer als schietschijf worden gebruikt, waarbij het merendeel van de schoten niet eens op doel belanden. Zo staan ze dus vele uren meer op het trainingsveld dan de anderen. In de wedstrijd kan een fout van de doelman een tegendoelpunt opleveren, waardoor de wedstrijd verloren kan gaan en je het vaak zelf verder mag uitzoeken. Bij een doelpunt van je eigen partij vier je het meestal in je eentje, omdat er gescoord is aan de andere kant van het veld en iedereen daar is. Kortom vaak een eenling, die een zeer verantwoordelijke en belangrijke plaats inneemt in het voetbal en met meer respect behandeld mag worden.

-------------------------

v.v. Doetinchem stelt vier vragen aan keeperstrainer Harrie Hansen

----------------------------------------------------------------------------------------

Hoe wordt in het algemeen keeperstraining gegeven bij veel clubs?

Veel keeperstrainers trainen nog steeds hun keepers op de manier waarop ze zelf in hun actieve periode getraind zijn. Dat is natuurlijk niet goed, want de tijd heeft ook in het voetbal niet stil gestaan en zeker niet bij de keepers. Ik zie in mijn naaste omgeving nog te vaak dit gebeuren en dat is jammer. Als keeperstrainer zal je op den duur moeten specialiseren en dat gebeurd veel te weinig. Daarom komt er ook veel te weinig jeugd door, die zich goed hadden kunnen ontwikkelen, als de aanpak anders was geweest. Door de spelregelwijziging van de laatste jaren is het keepersvak danig veranderd. Een keeper wordt steeds meer de elfde veldspeler met (nog wel) als primaire taak het tegenhouden van ballen. Ook keeperstrainers moeten mee gaan in deze ontwikkeling, verreweg het grootste gedeelte van alle balcontacten van een keeper zijn die met de voeten. Het meevoetballen van een keeper staat hoog op het beoordelingslijst van een gemiddelde hoofdtrainer. Kortom: de tijd waarbij alleen het handenwerk tijdens een keeperstraining aanbod kwam, ligt ver achter ons.

Hoe belangrijk is wilskracht en doorzettingsvermogen voor een keeper?

Om een bepaald doel te bereiken is er steeds wilskracht en doorzettingsvermogen nodig. Dit zal altijd gepaard gaan met succes en mislukkingen, met vallen en opstaan. Tijdens iedere training en opwarming voor een wedstrijd moet de keeper blijk geven van een onuitputtelijke inzet om het beoogde doel te bereiken. Als de wil er is om vooruitgang te boeken, wordt het doel als het (realistisch) gesteld is, meestal bereikt. Wilskracht is vaak moeilijk aan te leren. Sommige keepers worden geboren met een onuitputtelijk doorzettingsvermogen, anderen zijn veel lakser van aard. De taak van de trainer bestaat er in de laatste groep zodanig te motiveren dat ze hun opdracht toch met een zo groot mogelijke inzet uitvoeren. Iedere keeper moet over een winnaarmentaliteit beschikken. Er moet van hem een grote vastberadenheid uitgaan om alles te doen om het gestelde doel te bereiken. Met talent alleen bereikt men niet het maximaal rendement. Wilskracht en volledige inzet is ook belangrijk om die prestaties te leveren die we allemaal graag zien.

Hoe is het gesteld met onze eigen jeugdkeepers van Doetinchem?

Als je ziet dat ik op dit moment drie jeugdkeepers traint, dan kan ik na drie jaar zeggen dat deze jongens grote talenten zijn voor v.v. Doetinchem.
Sander te Pas:
Een jongen met een prima inzet, goede uitstraling en waar je fijn mee kunt werken, dus leergierig.

Niels Hartman: Na een lastige periode, kan ik nu met trots zeggen hij pakt het op, en gelukkig voelt hij dat zelf ook dat zijn ontwikkeling met sprongen vooruit zijn gegaan, dus gaat zo door.

Mervin Steenbergen: Groot talent voor de toekomst en kan een groot concurrent van Frank worden als hij zo door blijft gaan, is sterk in de lucht en durf een duel aan te gaan, maar moet nog wel meer een trainingsbeest worden.

Maik Hunting traint de keepers van de E en F ook dat gaat uitstekend. Die drie Keepers die Maik traint vinden het prachtig om elke week weer te trainen, waar ze ook veel van leren (prima Maik). In deze groep zit ook een groot talent met de naam Jeffrey Dekker,  prima inzet en je kunt prettig met hem werken, maar moet wel op zijn gewicht letten, dan kan hij een goede keeper worden voor de toekomst, gaat zo door.

Hoe moet een keeper zich tijdens de wedstrijd manifesteren?

Hij moet van achteruit gedrevenheid uitstralen, zonder dat hij van achteruit alles gaat beroepen. Daardoor zou het namelijk lijken alsof hij zijn eigen onrust aan het wegpraten is. De keeper moet in het veld in staat zijn om zijn spelers te kunnen aansturen. Hij moet dus leiding kunnen geven, de situaties snel en voortijdig kunnen herkennen en in een voorstadium al weten wat er gaat gebeuren. Hij moet kritisch zijn op zijn eigen gedrag, en hij moet het prettig vinden om in de wedstrijd veel ballen te pakken, daardoor kan hij ook de punten voor zijn ploeg pakken.

Keepers veel succes voor de tweede helft van de competiti

Interview 

Interview met Frank Arévalo de Weever

Hoe ben je in het doel terechtgekomen?

Ik ging op het voetbal en begon in de D2 volgens mij, maar met de gedachte dat ik voetballer wilde worden en geen keeper. Maar ja ze hadden geen keeper en op een dag tijdens de training gingen we afwerken, toen dacht ik dan ga ik voor een keer tussen de palen staan, maar toen zei iedereen dat ik het goed gedaan had, en ik vond het leuk, dus ben ik ermee doorgegaan.

Wat vindt je leuk aan het keepen?

Het leuke dat ik aan keepen vind is de ballen tegenhouden, als je in de wedstrijd een  paar goede reddingen verricht, dan voelt dat als geweldig. En je hoort dan iedereen erover praten en als je medespelers dan trots op je zijn doet dat wel erg goed.

Heb jij veel problemen met jou lichaamslengte als Keeper in jou prestaties?

Nee, ik heb geen problemen met mijn lichaamslengte, alles wat een lange keeper kan, kan ik ook.
Door op de juiste manier te trainen zoals voetenwerk, juiste afzetbeen en balans van je bovenlichaam, kun je hierdoor al die tekortkoming van je lengte opvangen. Ik kan bij de lat en durf ook een duel aan te gaan in de lucht, soms denk ik dat het beter was geweest om de bal te stompen in het duel met de tegenstander, om zodoende niet te veel risico te lopen. Zoals de keeperstrainer altijd zegt je moet slim en eerlijk zijn voor jezelf  en voor die beslissing die je meent.

Wat moet een keeper nog meer doen als een bal tegenhouden in de wedstrijd?

Een keeper moet altijd geconcentreerd zijn de gehele wedstrijd lang. De keeper moet kunnen meevoetballen en een goede trap hebben. Je moet ook goed kunnen coachen zowel achterhoede als middenvelders, ook onder druk Keepers moeten een goede reflex hebben en mogen beslist niet bang zijn in een duel. Als laatste moet een Keeper ook zijn fouten kunnen toegeven, en moet hij zeer leergierig zijn.

Hoe reageer je in de wedstrijd op een gemaakte fout en wat doe je daar vervolgens mee op de training?

Als ik een fout maakt ben ik zeer teleurgesteld en boos op mezelf, maar als een medespeler een fout maakt dan ben ik ook boos en dan zeg ik er ook wat van. Over die fout of fouten, die ik maak in de wedstrijd bespreken wij altijd voor de training met de keeperstrainer.

Wat zijn je persoonlijke ambities met het oog op de toekomst bij de club?

Mijn ambitie is om er plezier in te blijven houden, en nog jarenlang in het eerste elftal te mogen en kunnen keepen en nog een paar keer kampioen worden. Mijn prestaties wil ik graag nog stabieler maken zodat ik nog meer punten kan pakken.

Ben je zelf tevreden over jou prestaties van dit seizoen, en heb je het gevoel dat je punten hebt gepakt voor je ploeg?

Voor de winterstop was ik niet zo tevreden over mijn prestaties, ik keepte niet slecht maar kon niet beslissend zijn in de wedstrijd. In de winterstop hebben we dit besproken met de keeperstrainer hoe we dit moesten gaan aanpakken, en toen ging het na de winterstop ook veel beter, waarvan ik zeker een aantal wedstrijden punten heb gepakt.

Wie vind jij de beste keeper van Nederland en wie in het buitenland?

Beste keeper van Nederland vind ik natuurlijk Maarten Stekelenburg, omdat hij goed in hogen ballen is, en stabieler is gaan keepen. Beste keeper in het Buitenland  is van der Sar, Casillas en Valdez.

Hoe belangrijk zijn de keeperstraining voor jou, en de samenwerking met de keeperstrainer?

Zijn heel belangrijk, want keeperstraining is puur op techniek trainen en je moet er hard voor willen werken om er beter van te worden. Wij analyseren de wedstrijd van de afgelopen zondag altijd voor de training en nemen de goede en slechte dingen door, daar leer je alleen maar van. Als je goed kunt samenwerken met je keeperstrainer dan luister je ook graag naar hem en wil je die dingen van hem leren.

Welke tips heb je voor de trainers en leiders die met keepers omgaan bij de club?

Je moet vertrouwen hebben in je keeper en geef ook aan dat de keeper best een fout mag maken. Loop als trainer of leider naar de keeper toe voor de wedstrijd en praat even met hem. Kijk ook naar onze keeperssite voor tips.

Algemene reactie die nog gezegd moet worden?

Na de wedstrijd een lekker biertje drinken met mijn ploeggenoten  na alle inspanningen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Interview

Interview met Edwin van der Sar.

Hoe ben je in het doel terechtgekomen?

Ik ben begonnen als voetballer. Mijn oom was voetballer bij Volendam. Toen ik een jaar of acht was, was onze keeper er niet en toen zei mijn Leider “Jij bent de langste, probeer jij het maar eens". Waarschijnlijk ging dat best wel aardig en had ik er ook lol in. Was het niet zo goed gegaan, dan hadden ze me waarschijnlijk wel uit het doel gehaald, ook al op die leeftijd. Vanaf die tijd ben ik keeper gebleven. Ik heb ook nog steeds mijn shirtjes uit mijn begintijd als keeper. Het eerste was nog een voetbalshirtje, het tweede shirt was pas een echte keeperstrui.

Wat zijn in jouw ogen de grote verschillen tussen het keepen in Nederland en in het buitenland?

Ik heb feitelijk mijn hele opleiding bij de amateurs meegemaakt. Ik heb elf jaar bij Foreholte gespeeld en vervolgens een jaar bij Noordwijk. Daarna twee jaar bij Ajax in de opleiding en vervolgens naar het eerste. Vanaf mijn 18e is die opleiding dus eigenlijk pas professioneel aangepakt. Voor mij was het ideaal dat ik mijn opleiding in Nederland kon volgen; Je spreekt de taal, je word goed begeleid, de dingen om het voetbal heen zijn bekend en je kent de hele club. Je hebt met andere woorden een soort thuisgevoel. In het buitenland kom je natuurlijk meer op eigen benen te staan. Je zit daar wel in een groep maar je moet er meer moeite voor doen om je te laten gelden .

Met name in Nederland wordt waarde gehecht aan het meevoetballen van een keeper. Hoe kijk jij daar tegenaan, als keeper die dit aspect bij uitstek beheerst?

In principe heb ik het altijd wel een beetje onzinnig gevonden, hoe daar in Nederland tegenaan wordt gekeken. Ik werd daarbij door veel mensen als maatstaf genomen “Hoe  van der Sar dat doet, moet iedereen het kunnen ". Niet om mezelf daarin te complimenteren, maar het was overdreven om dat andere keepers ook op te leggen. Hierbij is het juist belangrijk hoe de speelwijze van je elftal is en hoe je medespelers je daarin helpen. Het ligt er nogal aan of je spelers na een terugspeelbalhard weglopen, zoals dat toen bij Feyenoord het geval was, of dat na een terugspeelbal drie of vier spelers zich aanbieden, zoals in die tijd bij Ajax. Kun je de bal niet kwijt, dan zul je hem toch een lel naar voren moeten geven. Het heeft ook te maken met het spelsysteem in Nederland. In Nederland proberen we toch zo lang mogelijk de bal in de ploeg te houden. Zo heeft elk land zijn eigen ideeën daarover. Juventus wist natuurlijk wel wat voor keeper ze in huis haalden en wat mijn kwaliteiten waren. Het was daar niet zo dat er specifiek op het meevoetballen werd getraind zoals bij Ajax, maar ze probeerden wel op te bouwen. Van de andere kant werden acties met risico daar niet gewaardeerd. In Nederland kon je nog wel eens een mannetje uitkappen in de 16-meter, dat hoef je in Italië niet te doen. Bij Fulham proberen we ook zoveel mogelijk op balbezit te spelen en we trainen daar ook op. In de trainingen hebben de keepers bijvoorbeeld twee keer raken, dan ben je zelf ook genoodzaakt om geconcentreerd te zijn en de bal in het spel te houden.

Waarom moet in jouw ogen een keeper worden beoordeeld?

Het meevoetballen is de laatste jaren sinds de invoering van de nieuwe regel belangrijker geworden, maar ik vind nog steeds dat het allerbelangrijkste voor een keeper het tegenhouden van ballen is. Daar gaat het om. Ik heb het voor mezelf altijd als een extra iets gevonden, dat ik het aspect van het meevoetballen goed beheerste, maar zeker niet als een alternatief voor het tegenhouden van ballen. Het is ook vreemd dat een linksbuiten bijvoorbeeld een bal met buitenkant links aanneemt om zijn rechterbeen te ontzien, terwijl van een keeper verwacht wordt dat hij met zijn zwakke been wel een bal over grote afstand moet kunnen spelen. Natuurlijk heb ik er bij Ajax veel op getraind en zelf honderden keren een bal met links tegen een muur getrapt, totdat ik deze vaardigheid beheerste .

Heb jij grote verschillen ondervonden in de keeperstraining in de landen waar je gespeeld hebt?

Elk land heeft natuurlijk verschillen in de trainingsaanpak. Ik had in Italië een keeperstrainer die alleen in Italië gespeeld en getraind had. Hij trainde waarschijnlijk grotendeels zoals hij zelf getraind is. De nadruk lag daar met name op de krachttraining. Die werd dan ook in de keeperstraining ingebouwd. Zo moesten we regelmatig touwtje springen en over hordes springen om zo onze explosiviteit te vergroten. We trainden daar ook veel apart van de groep. Ideaal is voor mij om te starten met een programma van vijf kwartier en daarin specifiek te werken en dan vervolgens met de groep aan de slag te gaan. Wanneer je in Italië bij de groep kwam, was dat meestal voor een groot partijspel. In Nederland wordt wat dat betreft specifieker getraind. Wanneer je bijvoorbeeld met Ajax tegen een ploeg moest spelen met buitenspelers, dan kreeg je veel voorzetten te verwerken zodat je wist wat je te wachten stond. In Engeland krijg je natuurlijk veel voorzetten van de zijkant te verwerken als keeper. Logisch dat daar dan ook veel op getraind wordt. Ik persoonlijk vind dat ook prettig. Uiteraard doe je ook in Engeland je dagelijkse routines tijdens de trainingen. Door de week trainen we bij Fulham wel eens met drie keepers, maar de dagen voor de wedstrijd is dat met twee keepers .

Voor keepers is het onderscheppen van voorzetten een van de moeilijkste aspecten van het keepen. Waar let jij op bij een voorzet?

Je moet natuurlijk eerst weten of de speler alle tijd heeft om een voorzet te geven, of dat er een snelle bal komt. Het belangrijkste hierbij is dat je klaar bent op het moment dat de voorzet komt en dat je dan pas de balbaan gaat beoordelen. Niet dat je gaat gokken, dat de bal bijvoorbeeld bij de tweede paal gaat komen en dat je dan alvast een pas in de richting zet. Zoals ik al zei, trainen we veel op het onderscheppen van voorzetten, in de wedstrijden pluk ik daar de vruchten van.

Jij hebt in je carrière al veel topwedstrijden gespeeld. Hoe ga je met die druk om?

Ik denk dat je daar vanzelf inrolt. Als jong mannetje speel je je eerste wedstrijd en krijg je ook met druk te maken. Op moment dat je daar een beetje aan bent gewend, komt er weer wat anders. Stapje voor stapje ga je daarmee omhoog. Het is ook belangrijk dat je van tevoren al probeert te bedenken wat je te wachten staat: welke spelers doen mee bij de tegenpartij, op welke manier speelt de tegenstander, wat zijn de specifieke kenmerken van de spitsen, etc. Je moet het wat dat betreft toch vooral zelf doen. Ook in Italië bij Juventus hadden we geen specifieke mentale begeleiding, maar een normale trainersstaf met een hoofdtrainer, assistent-trainers, looptrainers en een keeperstrainer .

Hoe komt het volgens jou dat een keeper pas op latere leeftijd zijn topniveau haalt?

Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat er ook wel keepers zijn die op jonge leeftijd goed presteren. Het is juist belangrijk dat een trainer de keepers de mogelijkheid geeft om te spelen. Vaak kiezen trainers voor oudere keepers. Ik ken bijvoorbeeld in Nederland weinig goede keepers tussen de 20 en de 30, dat kan toch een probleem worden in de toekomst.

Heb jij nog tips voor jeugdige keepers?

Je moet als jeugdkeeper proberen zo veel mogelijk op te steken van je trainer. Daarnaast moet je ook veel wedstrijden op tv bekijken en daarbij kritisch naar de keepers kijken. Probeer daar met je eigen wijsheid je voordeel uit te halen. Ook de wedstrijden van het eerste elftal van je club zou je kunnen bezoeken om daarin de keeper te volgen. Probeer dingen niet klakkeloos over te nemen omdat een andere keeper dat zo doet, maar ga daarin je eigen weg.

- Einde interview -

v.v. Doetinchem stelt 5 vragen aan keeperstrainer Harrie Hansen.

Vraag1:  Welke positie heeft de keeper in de groep?

De rol en de positie die de keeper in een elftal bekleedt, heeft zijn weerslag op zijn rol in de groep. De keeper weet als geen ander dat hij zonder de hulp van zijn ploeggenoten nooit een wedstrijd kan winnen. Zijn rol binnen het veld, als slot op de deur brengt een groot verantwoordelijkheidgevoel met zich mee. Een keeper kan namelijk wel is een wedstrijd voor zijn ploeg verliezen. Veldspelers zijn hierin vaak veel losser. Hun fouten zijn zelden beslissend voor het wedstrijdresultaat. Juist door dit verschil in instelling voelen keepers zich vaak niet begrepen in een groep.

Vraag 2:  Welke eigenschappen moet een keeperstrainer hebben?

Hij moet vooral hebben, geduld zonder einde. Trainen is een proces dat jaren duurt en niet één of twee weken. Na twee of drie jaar kun je een keeper pas echt goed beoordelen. Met een keeper van 16 jaar kun je nog veel bereiken. Wanneer een keeper een paar jaar ouder is, wordt dat al moeilijker. Naast het hebben van geduld zul je als keeper en als keeperstrainer hard moeten werken, het liefst 2 á 3 maal in de week. Een keeperstrainer moet natuurlijk zelf weten waarom hij iets doet en moet dat vervolgens kunnen verklaren. Ook hij moet zichzelf verder ontwikkelen, andere dingen zien en daarvan leren. Hij moet ook houden van zijn werk. Mijn leven is voetbal, aanvankelijk als speler en nu als trainer. Keeper en keeperstrainer zijn veel samen. Dan ontstaat er  vanzelf een persoonlijke band. Een keeperstrainer moet een vertrouwenspersoon zijn, hij weet wanneer de keeper goed in zijn vel zit en wanneer niet. Als de verhouding goed is, dan kun je daar makkelijk op inspelen.

Vraag 3:  Heeft de keeper een specifieke taak binnen het team?

De keeper heeft een specifieke taak en mogelijkheden binnen het team. De primaire taak van de keeper is nog steeds het voorkomen van tegendoelpunten. De belangrijkste taak is dus het beschermen van het doelvlak. Dit betekend echter niet dat ik een voorstander ben van het fenomeen lijnkeeper, integendeel. Ik houd van “aanvallend'' in gestelde keepers. Die proberen zo vroeg mogelijk in balbezit te komen. Ik eis dit ook van mijn eigen keepers. De verdediging op de lijn moet het laatste redmiddel zijn. De startpositie bij schoten van binnen of buiten de 16 meter ligt bij voorkeur enkele meters vóór de lijn, om zo vroeg mogelijk in balbezit te komen. Deze startpositie is per keeper verschillend en mede afhankelijk van zaken als: lichaamlengte en reactievermogen.

Vraag 4:  Hoe zie jij de rol van de keeperstrainer in relatie tot de hoofdcoach en de keepers?

Juist omdat de keeper een zo afwijkende rol binnen het groepsgebeuren heeft, vind ik dat je als keeperstrainer vooraf afspraken met de hoofdtrainer moet maken over vertrouwelijke informatie die niet bij de hoofdtrainer terecht mag komen, tenzij dit het functioneren van het elftal benadeeld wordt. Bij een vertrouwensrelatie moet men elkaar daadwerkelijk voor 100% kunnen vertrouwen. Wanneer je dan toch zaken die voor de Keeper belangrijk zijn, bij een ander neerlegt, dan is hij het vertrouwen kwijt en gaat dit ten koste van het presteren. Hier moeten de keeperstrainer en de hoofdtrainer afspraken over maken. “Totale openheid” is een leuke kreet, maar is hierbij onmogelijk. De vertrouwensrelatie ligt ten grondslag aan het presteren. De vertrouwensrelatie die je als keeperstrainer met je keepers hebt, moeten erkent worden door de hoofdtrainer.

Vraag 5:  Hoe verklaar je dat de meeste jeugdspelers niet staan te springen om keeper te worden?

In de eerste plaats zie je dat wanneer een keeper een fout maakt, hem dat zwaar wordt aangerekend. Bovendien willen kinderen "scoren" en daardoor identificeren ze zich vaak met een spits. Vaak worden tijdens trainingen de rollen verdeeld en aan het slot hebben we dan ook nog een keeper nodig. Door het op die manier te benoemen, maakt je het minder belangrijk, waardoor kinderen gaan denken dat die rol van keeper inderdaad minder belangrijk is. De keepersrol moet belangrijker worden gemaakt. De sluitpost van het elftal is juist de belangrijkste plek! Het is belangrijk om al bij jeugd aan te geven dat je in een team speelt en niet voor jezelf. Iedereen moet van de keeper weten dat hij een belangrijke rol heeft en dat hij bij een fout niet afgeschoten mag worden, omdat hij ondanks die fout erg belangrijk is voor het team. In de trainingen kun je dat door de spelvormen activeren. Nu zie je vaak bij fouten van een jeugdkeeper dat er van de kant geschreeuwd wordt, dat het elftal begint te schreeuwen en dat hij steeds onzekerder wordt. De rol van keeper wordt daardoor steeds minder interessant. Je moet een keeper vanaf het begin sterk maken in de groep: "Zonder die Keeper kunnen we geen enkele wedstrijd winnen”.

 

Het volgende interview is met Edwin van de Sar.